Voorbereiding aanbod nieuwe kabinetsperiode/gebiedsopgaven

Op 17 maart 2021 vinden de verkiezingen voor de Tweede Kamer plaats. Afgelopen periode is zowel met de drie koepels (VNG, UvW, IPO) als met (ambtelijk) BZK/rijk gesproken over een gezamenlijke inzet richting volgende kabinetsperiode. Lees hieronder verder!

Een gezamenlijke interbestuurlijke inzet

Dit borduurt voort op het aanbod van het IPO-bestuur om onder andere een nieuwe impuls te geven aan het gebiedsgericht werken en de - met ruime meerderheid aangenomen - motie Özütok, die vraagt om een tijdige betrokkenheid van decentrale overheden bij afspraken die in de formatieperiode worden gemaakt. De regering wordt verzocht om al ter voorbereiding van de kabinetsformatie met decentrale overheden in gesprek te gaan.

Op dit moment wordt inhoudelijk langs een drietal sporen verkend hoe we tot een gezamenlijke interbestuurlijke inzet kunnen komen, waarbij het voornemen is om deze sporen in maart als één samenhangend pakket te presenteren.

Spoor 1: een inhoudelijk spoor ('brandende opgaven')

Voor een beperkt aantal evident grote opgaven proberen we tot gezamenlijke afspraken te komen over een aantal grote sectorale opgaven:

  • wonen
  • economisch herstel (relatie met het IPO-regionaal-economisch herstelplan)
  • energie
  • landelijk gebied/stikstof/natuur
  • sociale domein

Spoor 2: een gebiedenspoor ('gebiedstransities')

Vanuit IPO is naast een sectorale benadering ook een versterkte inzet op een integrale gebiedsbenadering ingebracht. Gedachte is dat sectorale opgaven in samenhang in gebieden moeten landen en dat kansen voor synergie en draagvlak maximaal moeten worden benut. Omdat veel opgaven een transitiekarakter hebben, zien we de optelsom hiervan als een gebiedstransitie. Voor een aantal gebieden werken we als voorbeeld uit hoe we komende kabinetsperiode nog meer als één overheid tot een samenhangende gebiedsaanpak kunnen komen.      

Spoor 3: een spoor rond interbestuurlijke verhoudingen en financiën ('Huis van Thorbecke op orde')

Dit spoor betreft randvoorwaarden voor succes, die te maken hebben met de manier waarop volwassen interbestuurlijke samenwerking vormgegeven en geborgd kan worden. Het gaat daarbij onder meer om het organiseren van een goede balans tussen verantwoordelijkheden, instrumenten en middelen. Daarbij worden onder meer de aanbevelingen in het rapport ‘Als één overheid’ van de studiegroep Ter Haar betrokken (studiegroep Interbestuurlijke en Financiële Verhoudingen).

Samenhang en verdere proces

Het streven is nadrukkelijk om met de koepels (en zo goed mogelijk ambtelijk afgestemd met het rijk) tot één gezamenlijk aanbod te komen. Waarbij we ook scherp maken wat daar voor nodig is (van het rijk). Op hoofdlijnen denken we voor de Tweede Kamerverkiezingen een duidelijk maar ook uitnodigend (gezamenlijk) statement af te kunnen geven. Daarin komen de drie geschetste sporen organisch samen: we willen concrete resultaten boeken op een aantal brandende opgaven, dat moet in samenhang gebeuren in gebieden (ook rekening houdend met andere opgaven die in die gebieden spelen) en daar zijn in de sfeer van interbestuurlijk samenwerken (‘als één overheid’) een aantal condities voor nodig.

Bij de inhoudelijke positionering wordt gebruik gemaakt van input vanuit bestaande netwerken (o.a. AAC's en BAC's). Besluitvorming vindt plaats via de lijn van het IPO-bestuur en de 12 GS-en.

Voeg toe aan selectie