Wat doet het IPO voor de 12 provincies?

Zoals vermeld in de notitie versterkte samenwerking is er een overzicht gemaakt van alle dossiers waar de gezamenlijke provincies van besloten hebben dat ze daar via het IPO samen in willen optrekken. Lees hieronder verder!

Werkgeverszaken

De bestuurlijke onderhandelingsdelegatie voert onder andere de cao-onderhandelingen namens de provincies en partijen bij de cao provinciale sector. Dit najaar starten de onderhandelingen voor de cao provinciale sector vanaf 2021. Verder is in juni de werkgeversvisie 2025 vastgesteld door het IPO-bestuur (met unanieme instemming van de GS’en en PS’en). De werkgeversvisie dient als visiestuk voor besprekingen met de vakbonden voor de cao’s. Naar aanleiding van de situatie rondom corona wordt er over gesproken om ook uitgangspunten met betrekking tot tijd- en plaatsbewust werken als addendum toe te voegen aan de werkgeversvisie. Zoals aangekondigd in de programmabegroting, is samenwerking tevens een belangrijk speerpunt voor werkgeverszaken. Mede in dit kader is er door IPO/werkgeverszaken een kennismakingsdag georganiseerd voor de partijen bij de cao provinciale sector en worden cao-updates via de griffiers gedeeld met PS (de werkgever).

 

Verder heeft dit voorjaar de publicatie van de gezamenlijke aanbesteding collectieve zorgverzekeraars van VNG, UvW en IPO plaatsgevonden. De opdracht is voorlopig gegund aan de drie verzekeraars die zich hebben ingeschreven. Dit zijn de huidige drie verzekeraars. De planning is erop gericht de contracten per 1 januari 2021 te laten ingaan. 

 

De provincies zijn ook actief met betrekking tot het realiseren van garantiebanen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en behorend tot het doelgroepenregister. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt hiervoor jaarlijks een wettelijk quotum vast. Als totale provinciale sector is dit quotum gehaald in de eerste helft van 2020.

 

Verder neemt nemen de provincies deel aan het Overleg Rechtspositie Decentrale Politieke Ambtsdragers, samen met VNG, UvW en vertegenwoordigers van de diverse beroepsgroepen van Politiek Ambtsdragers. Dit overleg wordt voorgezeten door het Ministerie van BZK. Hierin komen zaken aan de orde zoals: integriteit, vergoeding statenleden, rechtspositie politiek ambtsdragers en weerbaar bestuur. StatenlidNu vertegenwoordigt in dit overleg de Statenleden. Op dit moment wordt onder meer gewerkt aan de actualisering van de Handreiking & modelgedragscodes integriteit.

 

Tot slot wordt er onderhandeld over de pensioenen. Pensioenfonds ABP waarschuwde al voor een stijging van de pensioenpremie per 1 januari 2021. De bestuurlijke onderhandelingsdelegatie heeft er dan ook op ingezet om de pensioenpremiestijging te voorkomen dan wel af te zwakken. Overleg heeft niet geleid tot wijziging van de pensioenregeling per 1 januari 2021. Zie ook: https://nieuws.ipo.nl/verwachte-pensioenpremiestijging-2021/

Behandelend gremium: bestuurlijke onderhandelingsdelegatie

 

Cultuur

Samen met het rijk en gemeenten zorgen provincies voor een infrastructuur van instellingen en organisaties die cultureel aanbod maken, verspreiden en programmeren. Daarbij kijken zij naar de specifieke behoeften per regio. In de corona-crisis worden de gezamenlijke provinciale belangen behartigt t.a.v. de diverse steunmaatregelen voor de cultuursector.

Provincies zetten zich in om scholieren bekend te maken met de kunsten door invulling te geven aan de rijksregeling Cultuureducatie met Kwaliteit. Het IPO ondersteunt de voortzetting van Cultuureducatie met Kwaliteit en denkt mee met voorstellen voor cultuurparticipatie.

Provincies hebben een rol om het erfgoed te beschermen, dragen met subsidies bij aan de restauratie van monumenten en vragen in overleg met andere overheden blijvende (ook financiële) aandacht voor de grote restauraties. In de Erfgoed Deal worden afspraken gemaakt over het behoud van erfgoed bij de grote ruimtelijke opgaven van dit moment: energietransitie en verduurzaming, klimaatadaptatie en stedelijke groei en krimp. Omdat de komende jaren veel kerken leeg komen te staan, stimuleren samenwerkende partijen het opstellen van kerkenvisies om een goed (her)gebruik te verkennen.

De provincies dragen zorg de ontwikkeling van innovaties voor de lokale bibliotheken. De netwerkpartners werken aan een convenant om aan de hand van een actieagenda een aantal maatschappelijke thema’s op te pakken.

Behandelend gremium: de BAC Cultuur

 

Energie

De klimaatopgave bevindt zich zowel in de uitvoering als in de beleidsfase. De coördinatie van de standpuntbepaling en voortgang van de realisatie verloopt via een bestuurlijke kopgroep.

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de Regionale Energiestrategieën optellen tot het bereiken van de landelijke doelstelling van tenminste 35 TeraWattuur (TWh) aan grootschalige hernieuwbare elektriciteitsopwekking op land voor 2030. Daarbij is afgesproken dat de provincies, samen met de gemeenten en waterschappen een verdeelsystematiek ontwikkelen in het geval de Regionale Energie Strategieën onverhoopt niet volledig optellen tot de nationale opgave. Dit proces noemen we ‘Route35’. De komende periode worden de concept strategieën verder uitgewerkt tot de Regionale Energie Strategie 1.0. Die dient in elke regio voor 1 juli 2021 te zijn vastgesteld.

De gezamenlijke provincies nemen voorts deel aan het Nationaal Programma Aardgasvrije wijken.

En op het gebied van de infrastructuur nemen we deel aan de nationale netwerken waarin de routekaart, beleid, wetgeving en investeringsagenda’s worden uitgewerkt.

Behandeld gremium: de BAC Energie

 

Financiën

Ook bij Financiën is de coronacrisis momenteel een thema waar veel aandacht naartoe gaat. In een traject van de Bestuurlijke Overleggen Financiële verhoudingen wordt sinds de uitbraak van de crisis gesproken over compensatie coronaschade. De provincies hebben hiertoe gezamenlijk een pakket ingediend van €74 miljoen, gericht op de kerntaken Cultuur en Regionale Economie. Een klein deel van de ingediende schade op het gebied van cultuur is inmiddels gehonoreerd, voor het overige vinden nog gesprekken plaats. De financiële problematiek bij gemeenten is – mede in dit kader – een thema waar de provincies blijvend aandacht voor vragen.

Een ander belangrijk financieel dossier betreft het advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur over de ontwikkeling van de opcenten Motorrijtuigenbelasting als gevolg van de maatregelen in het Klimaatakkoord. Dit advies is onlangs gepubliceerd en pleit voor een stevige compensatie voor provincies, aangezien volgens de ROB sprake is van substantiële schade in de periode 2021-2024 vanwege verminderde inkomsten uit opcenten. Een procesvoorstel voor gesprekken met het Rijk over dit onderwerp zal in september met de minister worden besproken.  

Behandelend gremium: BAC Financiën

 

HNP/Europa

De inbreng van de gezamenlijke provincies op de beoordeling van de nieuwe voorstellen van de Europese Commissie (de zogeheten BNC-fiche-procedure) komt tot stand door een geïntensiveerde kennisdeling en samenwerking tussen de individuele provincies, het IPO-bureau, BIJ12 en het Huis van de Nederlandse Provincies in Brussel. Twee dossiers waarop het traject van HNP naar IPO Den Haag naar BIJ12 ten volle wordt benut zijn de opgaven droogte en de mobiliteit/vervoer.

De gezamenlijke provinciale belangenbehartiging richtte zich voorts ondermeer op het Meerjarig Financieel Kader (2021-2027) van de EU, Regionale economie, Agrofood en Klimaat en energie. De provincies zijn in Brussel bestuurlijk vertegenwoordigd in het Europese Comité van de Regio’s.

 

Kwaliteit openbaar bestuur

Bij de kerntaak Kwaliteit van het Openbaar Bestuur (KOB) gaat het vraagstukken op het gebied van governance, rechtstaat en democratie. Vaak gaat het om dwarsdoorsnijdende thema’s binnen andere beleidsvelden. Immers, elementen van goed openbaar bestuur komen tot uiting in interactie met de praktijk. Als provincies hebben werken we aan complexe opgaven en we stemmen onze werkwijze op die opgaven af. Soms pakken we zaken alleen als provincie op, maar meestal werken we samen met andere overheden en maatschappelijke partners. We onderzoeken onze rol en positie als middenbestuur en onze verhouding met ‘regio’s’. Binnen ‘kwaliteit van openbaar bestuur’ onderzoeken we werkwijzen die effectief zijn en waar we resultaat mee boeken, met inachtneming van de wettelijke kaders en waarborgen die gelden binnen het openbaar bestuur. Daarbij zijn we optimaal aangehaakt bij landelijke (en in bepaalde gevallen internationale) ontwikkelingen en we adviseren de provincies daarover in strategische zijn, met oog voor de toekomst. We zorgen voor een gecoördineerde inbreng vanuit de provincies bij consultaties en bij wetgevingstrajecten op het gebied van openbaar bestuur. We zorgen ervoor dat we bij nieuwe trajecten vroeg aan tafel zitten en trekken daarbij indien mogelijk op met de andere koepels. Onze ambitie is daarbij om het lerend netwerk tussen de provincies te versterken en best practices uit te wisselen.  

Onderwerpen waar op dit moment de focus op ligt zijn: sterke positie als provincies bij ontwikkelingen in het openbaar bestuur, de positie van de provincie als middenbestuur, onze verhouding ten opzichte van de ‘regio’, financieel toezicht (mede gezien de ongunstige financiële positie van veel gemeenten), de bestuurlijke maatregelen rond corona, inwonerparticipatie en versterken van de decentrale democratie.  

Behandelend gremium: BAC Kwaliteit Openbaar Bestuur

Mobiliteit

Wat betreft mobiliteit zijn de provincies met name actief op de dossiers Openbaar Vervoer, fiets, verkeersveiligheid, smart mobility, duurzame mobiliteit en sinds kort goederenvervoer en logistiek. Daarnaast zijn de provincies opdrachtgever van het Kennisprogramma Verkeer en Vervoer (KpVV).

Op het gebied van Openbaar Vervoer is de coronacrisis op dit moment het belangrijkste thema. Openbaar Vervoerbedrijven lopen vele inkomsten mis door teruglopende reizigersaantallen. Mede dankzij de inzet van de provincies is hier tot eind 2020 een regeling voor getroffen. Hoe hier vanaf 2021 mee wordt omgegaan, is nog onderwerp van gesprek. Een ander thema op het gebied van OV waar de provincies aan werken, is het toekomstbestendig maken van het OV. Daarnaast zijn de provincies betrokken bij de omvorming van ProRail en wordt gewerkt aan fietsparkeren bij stations. Als gevolg van de coronapandemie fietsen meer mensen en wordt er gesproken over de fiets als alternatief voor auto en OV. Met 24 organisaties wordt samengewerkt aan fietsambities van Nederland in de Tour de Force. De provincies nemen hier aan deel en leveren de voorzitter. 

Op het gebied van verkeersveiligheid werken vervoerregio’s, gemeenten, provincies en het Rijk samen aan de realisatie van het Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV). Het doel van dit plan is om te komen tot nul verkeersslachtoffers. Het Rijk heeft hiervoor, in de vorm van cofinanciering, middelen beschikbaar gesteld in de vorm van een Impulsregeling. Daarnaast wordt gewerkt aan regionale uitvoeringsagenda’s.

Verduurzaming van mobiliteit is tevens een belangrijk speerpunt, dat ook binnen het klimaatakkoord een separaat hoofdstuk kent. De ROB publiceerde onlangs haar advies met betrekking tot de derving van opcenten.

Smart mobility faciliteert op basis van data de bovengenoemde ambities mobiliteit en is dan ook een belangrijk dossier voor provincies, net als goederenvervoer en logistiek dat een bijdrage levert aan de Nederlandse economie.

Behandelend gremium: BAC mobiliteit

 

MTH

Voor de kerntaak Milieu, toezicht en handhaving (MTH) is in IPO-verband een bestuurlijke agenda MTH vastgesteld met een  interprovinciaal programma gericht op een ‘Gezonde en veilige leefomgeving’. Binnen dit programma wordt gewerkt aan kennisdeling en belangenbehartiging. Het programma kent 5 aandachtgebieden: Omgevingsveiligheid, Stelsel Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) / Omgevingswet, Klimaat en Energie, Gezondheid en Circulaire economie.

Onder omgevingsveiligheid vallen de grote risicovolle bedrijven (de zgn. Besluit risico zware ongevallen (BRZO) bedrijven) die met veel gevaarlijke stoffen werken, waarvoor de provincies bevoegd gezag zijn. De stoffen kunnen giftig, ontvlambaar of explosief zijn.  Als er met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen iets mis gaat, kan dit leiden tot grote gezondheidsrisico's. De provincies willen samen met de 6 BRZO omgevingsdiensten, die het beleid uitvoeren namens de provincies, excelleren in de uitvoering.  Hiertoe is een interprovinciaal BRZO-uitvoeringsprogramma 2020-2023 te vastgesteld. Voorts kennen de gezamenlijke provincies de wettelijke plicht van “de risicokaart”. Deze wordt samen met BIJ12 en de ministeries van J&V en I&W onderhouden en verder ontwikkeld. Vanuit die doorontwikkeling zal een nieuwe versie in 2021 opgeleverd worden.

De gezamenlijke provincies werken in het kader van de bestuurlijke agenda MTH verder ondermeer aan de uitwerking van het Schone Lucht Akkoord, CO2-reductie en energiebesparing bij bedrijven, de aanpak van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS), het milieuverantwoord hergebruik van afvalstoffen t.b.v. een circulaire economie, en de modernisering van het milieubeleid. Daarnaast is een belangrijk aandachtspunt de doorontwikkeling en professionalisering van het VTH-stelsel, dat toekomst bestendig is, en waarop de gezamenlijke provincies stevig willen inzetten.

In het kader van de Europese afspraken rond IMPEL (Implementation and Enforcement Environmental Law) werken de gezamenlijke provincies ondermeer samen met de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en het ministerie van IenW om de kwaliteit en slagkracht op het terrein van toezicht en handhaving te verhogen.

Uiteraard worden ook de ontwikkelingen rond PFAS (poly- en perfluoralkylstoffen), die door emissies en incidenten in de bodem, bagger en het oppervlaktewater zijn terechtgekomen, op de voet gevolgd. Het IPO behartigt de provinciale belangen in de gesprekken met de staatssecretaris  over ondermeer het Tijdelijk Handelingskader inzake PFAS, dat ruimte moet bieden om grondverzet en baggerwerkzaamheden mogelijk te maken, en waarbij de bescherming van het grondwater waarvoor de provincies verantwoordelijk zijn, is geborgd. Het Definitief Handelingskader (DHK) is voorzien voor begin volgend jaar.

Behandelend gremium: de BAC MTH

 

Regionale economie

Binnen regionale economie wordt inzet gepleegd op onder andere de economische samenwerkingsagenda Rijk-Regio. In deze samenwerkingsagenda zijn, naast innovatief en breed MKB, circulaire economie, digitalisering en onderwijs-arbeidsmarkt als prioritaire thema’s opgenomen. Vanaf de coronacrisis is dit overleg met het Rijk geïntensiveerd, met name  over de crisisaanpak van het Rijk, over de Corona Overbruggings Leningen die via de ROM’s worden verstrekt, over de vrijetijdseconomie en over de herstelplannen van het Rijk en van de provincies. In het kader van de coronacrisis is dit voorjaar door IPO tevens een taskforce herstel regionale economie opgestart, zoals u vorige nieuwsbrief heeft kunnen lezen. Deze taskforce heeft inmiddels een actieplan opgesteld, welke in een bestuurlijk overleg op 9 september aangeboden wordt aan Staatssecretaris Mona Keijzer. Op dit dossier blijft nauwe samenwerking met het Rijk plaatsvinden en ook de VNG heeft aangegeven zich aan te willen sluiten. 

Een ander belangrijk thema betreft circulaire economie. Er wordt er gewerkt aan een kansenkaart die inzichtelijk moet maken welke activiteiten provincies ontwikkelen, welke kansen er zijn en wat we op het gebied van circulaire economie daarvoor van het Rijk vragen. Daarnaast wordt een bestuurlijke opdracht ontwikkeld voor circulair inkopen en aanbesteden. Wat betreft cohesiebeleid wordt er gewerkt aan een bestuurlijke inzet voor het Nederlandse budget voor het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) in de nieuwe programma periode 2021-2027 en voor het Just Transition  Fund.

Vanuit de opgave ‘regionale economie als versneller’ uit het Interbestuurlijk Programma, wordt er in 5 regio’s gewerkt aan het versterken van integrale ontwikkelstrategieën. Meer hierover kunt u lezen onder ‘opgaven’ op www.overheidvannu.nl.

Behandelend gremium: BAC Regionale Economie

 

ROWW

Binnen de bestuurlijke agenda ROWW zijn er drie programma’s, te weten ruimtelijke ontwikkeling, water en wonen. Binnen het deelprogramma ruimtelijke ontwikkeling zijn 4 beleidsopgaven te onderscheiden, namelijk NOVI, Omgevingswet, bodem en energietransitie. In het aanbod van de gezamenlijke provincies voor de NOVI “Samen bouwen aan de toekomst van Nederland” gaven de provincies aan bereid te zijn hun aandeel te leveren bij het mooier en sterker maken van Nederland. Daartoe zijn aanvullend op de zelfbindende NOVI, samenwerkingsafspraken in voorbereiding die naar verwachting in oktober in het IPO-bestuur bekrachtigd zullen worden. In mei dit jaar is het gezamenlijke besluit genomen om de inwerkingtreding van de Omgevingswet met maximaal een jaar uit te stellen tot 1 januari 2020. De belangenbehartiging richt zich dit najaar op het door het parlement loodsen van het Koninklijk Besluit.

 

De afwegingen tussen verschillende (conflicterende) ruimteclaims op land, die o.a. voortkomen uit het Klimaatakkoord, worden voor verreweg het grootste deel gemaakt op decentraal niveau. Dit betreft vooral en voornamelijk de ruimtelijke consequenties van de keuzes over duurzame en hernieuwbare energiebronnen inzake elektriciteit en warmte in de Regionale Energiestrategieën. Provincies hebben zich via het Klimaatakkoord gecommitteerd, ook ten aanzien van ruimtelijke keuzes, inzet instrumentarium Omgevingswet en de RES.

In tegenstelling tot wat een paar jaar geleden werd verondersteld, blijven provincies een belangrijke rol vervullen op het gebied van bodemsaneringen bij complexe bedrijven, grondwatersaneringen en beheer van grondwaterkwaliteit om te voldoen aan het vereisten uit de Grondwaterrichtlijn. De bestuurlijke onderhandelingen zijn er op gericht dat provincies voldoende rijksbudget krijgen voor de uitoefening van deze taken en bevoegdheden vanaf 2021.

Binnen het deelprogramma water zijn drie afzonderlijke beleidsopgaven waterkwaliteit, ruimtelijke adaptatie en droogte onderscheiden. De inzet is bestuurlijke afspraken over waterkwaliteit te maken uiterlijk eind 2020, welke moeten bijdragen aan het halen van de KRW doelen, die provincies vaststellen. De afgelopen zomer liet zien dat droogte een structureel karakter begint te krijgen en niet alleen tot onherstelbare schade aan onze kwetsbare natuur leidt maar ook de drinkwatervoorziening bedreigt. De beleidsaanbevelingen van de Beleidstafel Droogte worden voor een deel door provincies gerealiseerd.

Provincies hebben in het Manifest Wonen aangegeven zich, samen met andere partijen, hard te willen maken voor de bouw van 75.000 nieuwe woningen per jaar. Duidelijk is dat het stikstof- en PFAS dossier gevolgen heeft voor de uitvoering van deze nationale bouwopgave. Daarnaast speelt kwaliteit van de woonopgave een rol (duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig). Wonen is immers ook een onderdeel van de integrale ruimtelijke opgave. Daarvoor is nodig dat regionaal naar de woningmarkt wordt gekeken, dat het investeringsvermogen vergroot wordt en dat de wetgeving provincies in de positie brengt om daadwerkelijk haar rol te kunnen vervullen. Hierop is de belangenbehartiging gericht, onder meer via het gezamenlijke kabinetsaanbod. 

Behandeld gremium: BAC Ruimtelijke Ordening Water en Wonen

 

Vitaal Platteland (inclusief stikstof)

Vanuit Vitaal Platteland staan in de programmabegroting diverse speerpunten beschreven voor 2020. Ten eerste wordt er gewerkt aan het programma IBP Vitaal Platteland. Samen met Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), Unie van Waterschappen (UvW) en het ministerie van LNV wordt er in 15 regio’s gewerkt een gebiedsgerichte aanpak. Meer informatie kunt u vinden via https://www.werkplaatsvitaalplatteland.nl/. Verder wordt er verder gewerkt aan de uitvoering van het klimaatakkoord, waar landbouw en landgebruik een hoofdstuk in is. Wat betreft landbouw zijn ook het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) en verduurzaming van de landbouw speerpunten. Voor het GLB is er nu sprake van een transitieperiode en wordt er gewerkt aan een Nationaal Strategisch Plan, waarin wordt uitgewerkt hoe Nederland invulling wil geven aan de uitvoering van GLB-regels voor 2021-2027. Het GLB is een belangrijk instrument om invulling te geven aan de provinciale ambities op het vlak van verduurzaming van de landbouw.

 

Natuurbeleid en stikstof zijn tevens thema’s waar in 2020 inzet op gepleegd wordt. Op dit moment wordt gewerkt aan een programma natuur. Doel van het programma is een goede staat van instandhouding van de natuur in Nederland, de realisatie van een goede basiskwaliteit van de natuur, binnen én buiten natuurgebieden en het bevorderen van de transitie naar een natuurinclusieve samenleving. Het Rijk stelt hiervoor tot 2030 jaarlijks een bedrag van €300 miljoen beschikbaar als onderdeel van de structurele stikstofaanpak. Wat betreft natuurwetgeving wordt er inbreng geleverd in het proces van de Omgevingswet, waar diverse natuurwetgeving in wordt ondergebracht.

Behandelend gremium: BAC Vitaal Platteland en BC Stikstof

Voeg toe aan selectie